Gegevens verzenden en ontvangen via infrarood
Alle items die worden ontvangen via infrarood worden in de map Inbox in
Berichten geplaatst. Nieuwe infraroodberichten worden aangeduid met
.
Zie
‘Inbox - berichten ontvangen’ op pag 89.
1. Zorg ervoor dat de infraroodpoorten van beide apparaten op elkaar gericht zijn
en dat er geen obstakels zijn tussen de apparaten. De afstand tussen de twee
apparaten mag bij voorkeur niet meer dan
1 meter bedragen. Raadpleeg de sectie ‘Toetsen en onderdelen’ in ‘Aan de slag’.
2. De gebruiker van het ontvangende apparaat activeert de infraroodpoort.
Als u de infraroodpoort van de telefoon wilt activeren om gegevens te
ontvangen, gaat u naar
Menu
→
Connectiviteit
→
Infrarood
en drukt u op
.
Copyright
©
2004 Nokia. All rights reserved.
184
3. De gebruiker van het zendende apparaat kiest de gewenste infraroodfunctie
om de overdracht van gegevens te starten.
Als u gegevens via infrarood wilt verzenden, selecteert u
Opties
→
Zenden
→
Via infrarood
in een toepassing.
Als de gegevensoverdracht niet binnen één minuut na activering van de
infraroodpoort wordt gestart, wordt de verbinding verbroken en moet u deze
opnieuw tot stand brengen.
Opmerking: Windows 2000: Als u infrarood wilt gebruiken om bestanden
tussen uw telefoon en een compatibele computer uit te wisselen, gaat u naar
Configuratiescherm en kiest u Draadloze verbinding. Schakel op het tabblad
Bestandsoverdracht de optie Anderen mogen via infraroodcommunicatie
bestanden naar deze computer verzenden in.
De status van de infraroodverbinding controleren
• Als
knippert, wordt geprobeerd verbinding te maken met het andere
apparaat of is de infraroodverbinding verbroken.
• Als
continu wordt weergegeven, is de infraroodverbinding actief en is de
telefoon gereed voor het verzenden/ontvangen van gegevens via de
infraroodpoort.